| V.l.n.r. Hanwag Tatra II GTX Wide, Salomon Quest 4 GTX, Meindl Vakuum Ultra GTX en Meindl Vakuum III GTX. |
'We zijn nu bezig met de schoenen,' zeg ik tegen Eric Westhoek op de Katwijkse schrijversavond. We maken een afspraak dat ik weer eens een verhaal kom vertellen in het DunaAtelier. Een vervolg op m'n vorige praatje, over het South West Coast Path. 'Ik denk dat dat nog wel de grootste stress oplevert als je een eind moet gaan wandelen: wat voor schoenen je aan moet.'
Niet een trein die je mogelijk zal missen. Maar de schoenen. Zo'n trein hebben we meegemaakt. Het valt in het niet bij wat er allemaal met schoenen kan gebeuren. Of een vliegtuig dat de verkeerde kant op vliegt. Ook dat hebben we meegemaakt. Ook dat valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren. Hopelijk maken we het nooit mee.
We hebben het meegemaakt dat we in een TGV zaten die voorbij Rotterdam opeens langzamer ging rijden, langzaam langzamer, en daarna zelfs helemaal stil kwam te staan. De verwarring onder de passagiers die daarbij kwam, iedereen om zich heen kijkend – wat moeten we doen als we straks in Brussel aankomen? Goed luisteren naar wat er door de intercom verteld wordt, eerst dat maar, de intercom waaruit op dat moment verhaspeld Engels en Frans klinkt. Het komt erop neer dat je straks de eerstvolgende Eurostar kan nemen, ná de Eurostar die je eigenlijk had moeten hebben. Waarvoor je voor dat je daarin mag, eerst met z'n allen in een lange rij mag gaan staan. Om je ticket om te boeken. Waarna het nog langere wachten begint, op die eerstvolgende trein. We doden de tijd met een puzzelboekje en bellen naar het hotel in Southampton dat het wat later kan worden en of we dan nog op tijd zijn voor het avondeten. De keuken is tot tien uur open, wordt er aan de andere kant van de lijn geroepen. De trein gaat weer rijden en we gaan de tunnel door en uiteindelijk zitten we met vijf uur vertraging toch nog om kwart voor tien aan tafel. Southampton is maar een tussenstop. De volgende dag reizen we volkomen uitgerust en bijgekomen van ons Brusselse avontuur – we zijn het alweer vergeten; zo gaat dat – met nog een paar tussenstops door naar Penzance. Zonder stress.
Het valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren.
We hebben het meegemaakt dat een vliegtuig dat voor ons bestemd was door een fout van de verkeerstoren in plaats van in Amsterdam in Rotterdam ging landen. Het is nog vroeg in de ochtend als dat gebeurt. We wandelen naar de gate en zien het zo van het scherm verdwijnen. Zomaar. Weg. Foetsie. Want het is er niet, niet hier in ieder geval. De radeloosheid die zich dan van je meester maakt. Onder dat bord waarop het vliegtuig dat je moest hebben, niet meer vermeld wordt. Een vrouw roept dat we terug moeten naar de vertrekhal. Die heeft het eerder meegemaakt en weet wat ons te doen staat. We staan er uren in de rij om om te boeken, voor de volgende dag, moeten met een bus een heel eind over de terreinen rond de luchthaven, niemandsland, naar een wezensvreemd hotel, waar we een hele dag en nacht mogen vertoeven – een gevangenis is er niets bij vergeleken – tot we in een vliegtuig stappen dat er wel is de volgende dag. Uiteindelijk missen we van onze wandelreis door de Cotswolds alleen de eerste nacht in Moreton-in-Marsh. Als we in het plaatsje aankomen, uit Londen met de trein, moeten we die middag meteen gaan lopen naar Stow-on-the-Wold. Wat een overgang. Gelukkig is het maar 6,4 mijl, zo'n 10 kilometer, een lachertje, denken we later, als we aan de afstanden van het South West Coast Path gewend raken. De nacht in het romantische Moreton-in-Marsh is een nacht in de verlaten wereld rond Schiphol geworden, maar we hebben niets van de wandeling gemist. Onze koffers worden de middag van de wandeling alsnog netjes afgeleverd in de plaats waar we aankomen. Zonder stress.
Het valt in het niet bij wat er met schoenen kan gebeuren.
Want je moet er toch niet aan denken dat je net een paar dagen gelopen hebt en je zolen vallen eraf. Met nog honderden kilometer voor de boeg en geen schoenwinkel in de buurt. Gelukkig is het ons nog nooit overkomen. Maar ik weet van schoenen die we op Marktplaats hadden verkocht, alleen omdat ze te klein waren, maar nog hagelnieuw, want nauwelijks op gelopen, dat toen ze in Limburg arriveerden en een mevrouw er daar op ging lopen, dat we toen per kerende post foto's kregen te zien van diezelfde schoenen met zolen die er zo ongeveer naast lagen. Ver was ze er niet mee gekomen. En het waren nog maar liefst Meindl's. Van Lowa's weet je dat je ze niet moet kopen. Die hebben de naam, staan erom bekend. Maar Meindl's... Nou zitten Lowa's mij ook niet lekker, dus ik zal ze sowieso niet aanschaffen. Waar het hem in zit, bij al die wandelschoenen tegenwoordig, is de tussenzool, de zool die moet dempen en de schokken opvangt. Ieder jaar als je weer aan een grote tocht begint te denken, kijk je daar eens naar. Het jaar ervoor hebben je schoenen het 200 kilometer volgehouden, maar gaan ze dat nog een tweede keer doen? Want hoe is het ondertussen met de tussenzool? Is-ie niet verpulverd? Waardoor de onderste zool eraf kan vallen, zomaar. Een verkoper heeft me eens verteld dat er vroeger PFAS in de zolen verwerkt was, waardoor ze lekker stevig waren. Schoenen gingen met gemak tien jaar mee. Maar PFAS mag niet meer en er is niets stevigs voor in de plaats gekomen. Wat er nu tussen zit is schuim met de naam EVA, ethyleenvinylacetaat, een synthetisch goedje dat op rubber lijkt, met duizenden kleine luchtbelletjes, waardoor het materiaal superlicht en flexibel is. Je hebt ook PU-schuim, polyurethaan, wat zo'n beetje op hetzelfde neerkomt, maar het is allebei niet te vertrouwen. Om in schoenentermen te spreken: trap er niet in! Die vering, dat opvangen van de schokken, verdwijnt als je er een tijdje op gelopen hebt. De zool wordt hard en droogt uit. Je ziet dan aan de zijkant van de schoen vouwen in de tussenzool verschijnen. Vouwen die niet meer uit de plooi gaan. Scheurtjes moeten er helemaal niet in komen, dan kunnen er van buitenaf zuren in terechtkomen als je door de mest loopt. Bij het hek van een weiland waar runderen altijd samenscholen, heb je dat al gauw als je daarlangs moet. Aan het eind van een wandeldag moet je je schoenen daarom altijd goed schoonmaken, afspuiten. Wat je kan doen om die verdroging tegen te gaan, vertelde de verkoper, is je zolen af en toe 'pesten'. Dat doe je door je schoenen iedere maand een keer aan te trekken en er een stuk op te gaan lopen. Toch vertrouw ik dat allemaal niet en bestel ik iedere keer weer nieuwe schoenen, waardoor er zo langzamerhand een rij van hier tot Tokyo ontstaat. En om die schoenen allemaal een beetje in topconditie te houden, moet ik ze om en om en door elkaar dragen, om de zolen te pesten, van al die schoenen.
De laatste jaren liep ik op Meindl's Vakuum Ultra Gore-Tex (ook wel afgekort als GTX). En het laatste jaar op Salomon's Quest 4 GTX. Grote namen, maar wat stelt het voor. De laatste zijn lekker licht en liepen dat ook. Lekker verend. Maar ook van deze schoenen wordt de tussenzool hard en plat. Hij droogt uit. Dan ga je steentjes voelen, en dat willen je oude voeten niet. Daarom heb ik nu voor Hanwag's Tatra II GTX Wide gekozen. 'Wide' omdat ik brede voeten heb. Ook dat nog. Deze schoenen zijn van het B/C type, je kan er bergen mee bedwingen en dus hebben ze van zichzelf al een harde zool, waardoor je geen steentjes voelt. Ze zijn wat zwaarder, maar dat geeft niet. Als je dan dikke sokken aandoet, heb je vanzelf je demping weer. Sokken, tja, dat is ook nog wat. Neem een mix met als belangrijkste ingrediënt heel veel wol. Die blijven lekker droog en schoon. Ja, droog moeten de schoenen ook blijven, vanbinnen. Wilma heeft dat helemaal niet, dat ze iedere keer weer andere schoenen wil. Die loopt al jaren op dezelfde Meindl's Vakuum III GTX, schoenen van de B-categorie, dus met harde zolen. Misschien omdat ze ze al lang heeft, zit daar nog PFAS in, want ze zijn onverslijtbaar.
Voor de zekerheid nemen we altijd een tubetje Bison Kit mee.

