woensdag 4 februari 2026

Het Vikingschip

Het Vikingschip van Edward Aagaard  brons, koper en hout; lengte 40 cm; ± 1950-1954.

Op de begrafenis van m'n vader had ik het over Jonah The Giant Whale, de walvis die hij nog eens had helpen vervoeren op een coaster. Dat was in 1954 en hij was toen 23 jaar. Daarvoor had hij al vanaf zijn veertiende op de visserij gevaren, maar sinds 1950 op de koopvaardij. Die walvis ging langs verschillende Europese steden, waaronder Londen en Parijs, waar hij als een soort van kermisattractie tentoongesteld werd. Jonah was daarvoor, in september 1952 voor de kust van Noorwegen bij Trøndelag gevangen.* Het was een andere tijd dan nu.

Duinkerken, maart 1954.

De aankomst in Londen was groot nieuws en werd ook gefilmd door British Pathé, het Engelse bioscoopjournaal van die tijd.

Op 31 maart 1954 berichtte The Times: '"South Bank Whale Jonah, the Giant Whale" which is to be exhibited under Waterloo Bridge on the south bank from April 2, arrived from Dunkirk yesterday in a Dutch coaster. The vessel docked at Dagenham and the 65ft. rorqual was unloaded on to a 10-wheeled lorry which transports it on land. The whale had been touring Holland, Belgium, Germany and France since last September and has been kept in good condition by an internal refrigeration plant and daily injections of formalin. It was killed off Trondheim, Norway in September 1952.' Die Dutch coaster is de kustvaarder waarop m'n vader voer en moet de Muphrid geweest zijn. De walvis is daarvoor in Parijs geweest en ingeladen in de haven van Duinkerken. Dat is de plek op de foto. Op de kade is het gebouw van de Chambre de Commerce te zien, de Franse Kamer van Koophandel.

Op de Oostzee. Het schip de Magdalena, zo te zien met een lading boomstammen,
gefotografeerd vanaf de Muprhid.

Ik vertelde het verhaal dat de bemanning van het schip op het idee kwam om in de walvis drank en sigaretten mee te smokkelen. Dat kun je hier teruglezen. In de tijd dat Jonathan, zoals m'n vader de walvis steevast noemde, tussen de Europese havens vervoerd werd, moet hij ook het model van een vikingschip mee naar huis hebben gebracht. Misschien wel toen ze de walvis gingen ophalen in Noorwegen, of uit de Oostzee langs Denemarken en Kopenhagen voeren, want hij had het ook altijd over de Oostzee, waar in de winter overal de ijspegels aan het dek hingen. Jarenlang stond het vikingschip in de vensterbank op de Zuidstraat, als herinnering aan de wilde vaart, zijn spannende tijd bij de koopvaardij.

Het zeil moet nog wat uitgepoetst worden.

Het Vikingschip is gemaakt door Edward Aagaard, een Deense kunstenaar die werkte voor Iron Art Copenhagen tussen 1950 en 1970. Volgens AI is dit model een zogenaamde 'drakkar (oorlogsschip) met een kenmerkende drakenkop op de boeg en een staart op de achtersteven. Langs de zijkanten bevinden zich (...) veertien individuele schilden en gaten voor de roeiriemen.' Op het roer vinden we de markering 'Iron Art Copenhagen Denmark' en op de kiel nogmaals de vermelding 'Denmark' maar de naam van de kunstenaar ontbreekt. Het zeil is van koper en geëtst met een motief van een raaf. Het werk van Aagaard behoort tot de periode van het Deense Mid-Century Modern-design uit de jaren 1950 en 1960. Deze stroming kenmerkt zich door een focus op vakmanschap, materiaalgebruik en gestroomlijnde vormen die zowel decoratief als functioneel zijn.

IJslandse Vikingen waren de eerste Europeanen die Groenland ontdekten, dat was in de 10e eeuw. Maar ze voeren nog verder, de Vikingen, helemaal tot aan Amerika.

* Er werden nog twee walvissen gevangen die op tournee zouden gaan, naar andere windstreken. Zij kregen de namen Hercules en Goliath.

zaterdag 24 januari 2026

Nu al een derde druk!

Nog geen jaar geleden verschenen en nu al de derde druk, van Een omgekeerde borstrok. Herinneringen van een Katwijkse van Nel van Duijn. Vandaag in de winkel!

Een authentiek verhaal over Katwijk in de afgelopen eeuw, spontaan opgeschreven, recht uit het hart.

***

Samenvatting

Als Nel van Duijn wordt geboren, wacht haar een lang en afwisselend leven. Ze maakt onder meer de Tweede Wereldoorlog mee en krijgt te maken met honger en andere ontberingen. Maar er zijn ook vele leuke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld op haar werk in het Zeehospitium en in Hotel Noordzee, maar ook bij de zangvereniging waar ze in haar vrije tijd zingt. Samen met haar man krijgt ze twee kinderen: een zoon en een dochter. Pas op 88-jarige leeftijd besluit ze het allemaal op te schrijven. Het resultaat is een indringend verslag dat niet alleen een fantastisch tijdsbeeld geeft, maar ook een inkijkje in hoe het dagelijks leven in de afgelopen negentig jaar verliep in het – toch wel – bijzondere dorp Katwijk aan Zee.

De verhalen worden afgewisseld met kinderversjes uit die tijd. Achter in het boek zijn foto's opgenomen die verwijzen naar gebeurtenissen in de tekst. Bert van der Meij tekende het omslag.

***

Dit boek is een levensverhaal en ooggetuigenverslag ineen. Het is heel open en authentiek geschreven en daardoor verrassend en leuk om te lezen. Over de mensen van vroeger. Dat je een dubbeltje in de gasmeter moest gooien om 's avonds nog even te kunnen lezen. Of hoe je als kind de Tweede Wereldoorlog in Katwijk beleefde, ruim 80 jaar geleden. Toen ineens de Duitsers door de Varkevisserstraat marcheerden. En alle tijd daarna...

***

Deze unieke uitgave is verkrijgbaar bij:

• boekhandel Het Baken, Secr. Varkevisserstraat 37 te Katwijk aan Zee (ook online te bestellen)
• de VVV in de Zwaaikom aan de Prins Hendrikkade te Katwijk aan Zee
• de Readshop, Anjelierenstraat 3-5 in Rijnsburg
• het Katwijks Museum, Voorstraat 46 te Katwijk aan Zee
• Primera, Visserijkade 2 (Digros) en Hoornesplein 57 te Katwijk
• Primera, Kopermolen 7 te Leiden
• boekhandel De Kler, De Kempenaerstraat 39b in Oegstgeest en Breestraat 161 in Leiden

donderdag 1 januari 2026

Deze foto kan wel

Knoll Beach, Studland, 13 juli 2025.

...bij het begin van het nieuwe jaar.

'Mijn haar zit wel voor jouw ogen. Het waait alle kanten op.'

'En mijn haar zit plat, omdat ik m'n hoed heb afgedaan voor de foto.'

'Ja, dat zie ik nu ook.'

'Maar 2026, dat is toch wel een raar getal, met zo'n nietszeggende 6 op het eind, vind je ook niet?'

'Maar 26 is wel twee keer 13, en dat is een priemgetal.'

'En drie keer 13 is 39, en vier keer 13 52, en vijf keer 65.'

'En dat is jouw leeftijd in 2026.'

'Ja, dat dacht ik dan vroeger altijd als ik in de toekomst dacht: in 2026 ben ik 65.'

'Dan ben je van '61, en dat is ook weer een priemgetal.'

'Dus als je vijf keer een priemgetal bent, ben je uit een jaar dat een priemgetal is.'

'Nee, dat hoeft niet altijd zo te zijn, het is zelfs meestal niet zo. Want iemand die in 2027 65 wordt, is wel vijf keer een priemgetal maar is van '62 en dat is geen priemgetal.

'Dus dan is het puur toeval dat ik in een jaar dat een priemgetal is, geboren ben.'

'Ja.'

'Wat wel mooi is natuurlijk'

'En een priemgetal is nooit een schrikkeljaar. Dat lijkt me helemaal erg, zo'n schrikkeljaar.'

'Maar de enige dag in de vier jaar dat je dan jarig bent, is weer wel een priemgetal.'

'Wat bedoel je?'

'Nou, 29 februari.'

zaterdag 27 december 2025

Vaste gewoontes

Vrijdag 5 december om 14.59 uur op de Dr. Lelylaan in Leiden.

In de uitzending van Pauw & De Wit van 15 december vertelde journalist en parlementair verslaggever Ron Fresen dat Mark Rutte iemand is van vaste gewoontes. Zo meldt hij zich iedere week op zondagmorgen bij een sportschool in Den Haag. Alleen omdat de koffie daar zo goed is. Op hetzelfde moment is Fresen daar dan aan het sporten. Rutte spreekt er af met vrienden, altijd dezelfde vrienden, en als Fresen dan bezweet weer tevoorschijn komt mag hij aanschuiven, dat vindt Rutte leuk. Vaste gewoontes. Zou het dan ook zo zijn dat onze NAVO-baas iedere vrijdag om iets voor drieën van zijn fietst stapt achter de benzinepomp aan de Dr. Lelylaan in Leiden om er op zijn telefoon te kijken en een appje te versturen? Of daar rond hetzelfde tijdstip gewoon langsfietst? Donderdag 11 december was hij alweer in Berlijn.

dinsdag 23 december 2025

Nieuwe aanwinsten

...voor in de kerstboom. We wilden 'm wat minder zoet, wat minder engeltjes en kabouters en andere fantasiefiguren, wat meer Engels of course, zoals soldaatjes, dat zijn die notenkrakers die zo stram in de houding staan en streng kijken met de tanden op elkaar. Daarvan hingen er al enkele in, een houten uit Edinburgh, aangeschaft op de Royal Mile, in het gedeelte van die 1,6 kilometer dat Canongate heet, ik denk dat het Ye Olde Christmas Shoppe geweest is, dat is naast de Canongate Kirk, die kerk met z'n zwembadblauw interieur en gewijd aan Sint-Hubertus, waar Elizabeth II altijd de dienst bijwoonde als ze in Holyrood Palace logeerde – ze had er een eigen kerkbank, 'The Royal Pew', boven op de rugleuning gemarkeerd door een model van de Honours of Scotland, dat zijn de Schotse kroonjuwelen, bestaande uit de kroon, de scepter en het zwaard. Iets verderop ben ik op de laatste dag van 2019 van Arthur's Seat gevallen waarbij ik mijn enkel brak. Die notenkraker dus. Misschien dat we toen dat winkeltje wel in geweest zijn, in de dagen ervoor, maar het kan ook op andere reis naar de Schotse hoofdstad geweest zijn, want kerstwinkels zijn er alle jaargetijden geopend, dus je kan er altijd terecht. 

Naast de houten hangt er ook nog een notenkraker die tevens als trekpop kan fungeren. Kán, want als je eraan trekt, trek je hem natuurlijk uit de boom. 

Nu is er een derde bij gekomen, je kan er maar genoeg hebben, van die soldaatjes, in het huidige tijdsgewricht, van glas, dus breekbaar, dat wel, en in de traditionele kleuren rood, wit en groen. En goud, met zwarte laarsjes. Nee, blauw zit daar niet bij, bij de kleuren van kerst. Wat wel een beetje jammer is, omdat blauw en groen het heel goed doen naast elkaar. 

Ook in de vensterbank staat nog een notenkraker op wacht, maar die telt niet mee voor de boom. Zijn kleuren zijn wit en goud en hij draagt een zwaard.

Blij zijn we met de viool, met echte snaren, maar zonder strijkstok, dus muziek zit er niet in, van glas, waar de lampjes zo'n beetje doorheen schijnen, en een vleugel, een hele vleugel in de boom, ook van glas, met bladmuziek erop en poten die op ijshoorntjes lijken. In het kader van de klassieke muziek.


Zo mogen we ons voor het nieuwe jaar alweer verheugen op een concert van het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Jaap van Zweden. Ja ja. In ongenade gevallen, dat weten we, net als Matthijs van Nieuwkerk, waar we ook graag kwamen toen De Wereld Draait Door nog draaide. Ik heb nog een boekje door hem laten signeren. Dat ik koester, zoals ik al mijn gesigneerde exemplaren koester, van Haasse tot Wolkers. Ach ja, aan alle grote geesten zit wel een steekje los. Van Van Nieuwkerk wisten we het niet, van Van Zweden weten we het wel. Maar mogen we dan helemaal niet meer naar zijn muziek luisteren?

IJshoorntjes?

Waar we ook driftig naar op zoek waren is dat autootje met een kerstboom op het dak, al bijna een droste-effect, zo'n boom in een boom, maar naast de echte kerstboom staat geen auto op z'n kant, met de boom aan het dak gebonden, dan had het een echt droste-effect geweest, wat natuurlijk wel machtig mooi is, zo'n rode Mini Cooper in je huiskamer, of is het een ander merk? Nu is het nog zoeken naar een Engelse telefooncel, of brievenbus, van glas, voor alle kerstkaarten die binnenkomen. Een echte mag natuurlijk ook, voor in de tuin. Daar kunnen die kaarten dan ook echt in.

vrijdag 19 december 2025

...althans, de ruïne van dat kasteel

9 juli 2025.

Sommige muren zijn helemaal scheefgezakt, van Corfe Castle, alsof er een bom is afgegaan. Maar als je die muren ziet, hoe dik die zijn, is dat toch niet het eerste waar je aan denkt. Misschien dat de grond is weggespoeld, onder die muren, en omdat het kasteel hoog staat, zakt dat dan als er ergens een scheur in zit, zo de heuvel af.

December 1970.

Het doet me denken aan die bunker ooit, in de duinen bij Katwijk in de buurt van de watertoren, die in z'n geheel de duin af kwam zakken, ook slecht gefundeerd. Op de foto, in een heel ander jaargetijde, staat-ie nog boven op de top (met mij erop), maar een paar jaar daarna lag-ie schuin op de helling. Misschien heeft iemand daar nog een foto van.

woensdag 10 december 2025

Dwars door de velden

Corfe Castle, vanwaar we woensdag,* na de bus uit Lulworth, zo prozaïsch en arcadisch, dwars door de velden naar Kimmeridge zijn gelopen. Dat begint bij het kasteel, want het kasteel waarnaar het dorp genoemd is, staat er nog, althans, de ruïne van dat kasteel. Er loopt een riviertje langs aan de onderkant, met een pad. Daar lopen nog aardig wat mensen, maar dan ga je linksaf door een hek en kom je in die velden.


Er is geen pad door die velden. Niet rechtstreeks. Aan je rechterhand weet je dat dat schietterrein er is en als je verderop bent hoor je ook het geknal. Dus je hebt de neiging om wat naar links te gaan lopen, naar links en naar het zuiden, waar de zee is en Kimmeridge moet zijn, ergens, met die boerderij. Die een B&B is, want dieren hebben we er niet gezien. Maar de man van Annette werkt wel op het land.

Model K6.

Onderweg is er soms nog een rijtje huizen en komen we dit icoon tegen, nog een met TELEPHONE erop en binnen een werkende telefoon. Dit zijn toch tempeltjes om te zien, met zo'n gebogen dakje. Over alles is nagedacht bij zo'n cel, de gulden snede in optima forma. We lopen de kant op van Knowle Hill.


Op Wikipedia lees ik dat er van de Britse telefooncel twee modellen bestaan, een hoge, de K2 van 2,82 meter, uit 1924, en een lage, de K6 van 2,51 meter, die beide ontworpen zijn door Sir Giles Gilbert Scott. Door het hele Verenigd Koninkrijk staan er 73.000.

* 9 juli.

vrijdag 21 november 2025

Straks wonen er andere mensen

Je moet eerst vallen, veel vallen, ook al ben je al heel oud en loop je achter een rollator, iedere keer weer vallen. Pas dan, of ook dan nog niet, kom je heel misschien in aanmerking om uit je huis te mogen. Maar het doel is de mensen daar zo lang mogelijk te laten wonen, in hun eigen vertrouwde omgeving. Dat laatste klinkt als een cadans, heb je vaker gehoord.

En als je valt, moet je wel goed vallen, op de goede manier, zodat je het nog na kan vertellen, maar of je in aanmerking komt, daar bestaan regelingen voor, want we kunnen natuurlijk niet allemaal ons huis uit en in een tehuis, omdat we de meeste zorginstellingen hebben afgebroken of een andere bestemming hebben gegeven. Eerst moet je nog een keer vallen en kom je in uitgebreide en maandenlange wondzorgtrajecten terecht, met dito antibioticakuren, en mag je nog een keer vallen, en nog eens en weer, en dan krijg je een indicatie, misschien, maar nog niet de echte, en kom je op een lijst, of toch niet en dan misschien weer wel, wordt het een vier of wordt het een zes, nee, nog niet de zes, want nee, wij geven die niet af, dat moeten zij doen, de instantie, de instantie die de indicaties afgeeft. Wij doen dat niet. Maar ze kan dit nog zelf en dat nog zelf en zelf nog de maaltijd in de magnetron zetten, en er weer uit halen na zeven minuten op zevenhonderd watt. En die eenzaamheid, och die eenzaamheid, lossen wij ook voor je op, daar hebben wij mensen voor, die als beroep hebben om bij je langs te komen, daar worden ze voor betaald. Of je hebt nog de dominee, de wijkdominee, die zo heel dichtbij woont, in de wijk, het woord zegt het eigenlijk al, maar tegelijkertijd ook zo ver weg. Want hij heeft zich goed verstopt, diep in zijn huis, aan het einde van de straat. Ach, dominees. Ja, je kan wel honderd jaar worden in je eigen huis. Met al die hulp.

Maar het is gelukt. Eerst vader, toen moeder. Ze zitten niet meer op hun oude plek. Waardoor het huis, ons ouderlijk huis, onbewoond raakte. Het stond een tijdje leeg, nog wel met alle meubels erin maar zonder mensen. Je rook dat er iemand gewoond had – geur is de laatste getuige –, maar verder was het zielloos. Zoals je dat noemt. Je kon erheen, je kon er koffiezetten, maar er zat niemand aan tafel om mee te praten terwijl je je koffie opdronk. Je kon de deur naar de plaats openzetten, in het zonnetje gaan zitten en de planten en struiken een beetje kortwieken en nog wat water geven. Je verbazen over die hele grote struik die alweer aan het bloeien was. Je kon een praatje maken met de buren. 'Hoe gaat het met je moeder?' 'Hoe is het eigenlijk met je vader? 't Zelfde?' 'Doe je ze de groeten?' Een praatje waarbij iedereen wist: terug komen ze niet. Je keek nog eens naar dat iconische uitzicht aan de voorkant, met die kerk bij zee. Waarvan je moeder nog wist te vertellen dat in haar jeugd de banken nieuw waren geweest. Hagelnieuw. Dat interieur waarvan wij dachten dat het uit de middeleeuwen kwam. Zo zag het eruit, met al die ornamenten, maar zo oud was dat dus helemaal niet. Knap gedaan.

Het bed dat in de woonkamer gestaan had, ging weg. Een kastje ging mee. Een tafeltje met een blad van zes tegels, twee maal drie. Oud-Hollandse tegels. Er kwam een tafel van zolder voor in het tehuis. Het paste er beter. Het perzisch kleed van de tafel in de woonkamer ging mee om erop te leggen. Er ging een fauteuil mee. De televisie. Schilderijtjes, foto's. De stoel met leuningen die achter de tafel in de woonkamer gestaan had, waarin ze altijd zat, ging gelijk al mee. Zo zonder stoel met leuningen en perzisch kleed, was de tafel kaal.

In oktober hadden we er het gesprek met de makelaar. Er stonden nog drie stoelen om de tafel. Nu ging het gebeuren. Een geschiedenis van vijftig jaar. Straks is het allemaal voorbij, wonen er andere mensen.

vrijdag 14 november 2025

Nog meer veilig geluid – South West Coast Path (75)

Kimmeridge, 10 juli 2025. Zet je geluid aan!

Met die loom voortwandelende toeristen daar op die weg naar zee heb je bijna niet door dat er op de achtergrond geschoten wordt. De vogels fluiten dat het een lieve lust is en die vlag kan net zo goed een waarschuwing voor gevaarlijk zwemmen zijn, maar met dit weer zo zonder wind zal er nauwelijks golfslag zijn.

vrijdag 7 november 2025

Een veilig geluid – South West Coast Path (74)

Kimmeridge, 10 juli 2025. Zet je geluid aan!

We spreken een vrouw die uit Londen komt. Dat schieten hier,* dat oefenen met die tanks en kanonnen, heeft ze liever dan de geluiden van de stad waar ze gewoond heeft. De sirenes van de politie en ambulances. Met alle drukte daarbij, van mensen, de metro. 'Soms, bij de grote klappen, als je binnen zit in je cottage, zie je de gordijnen bewegen. Dat zijn de drukgolven. Maar het geeft me juist een veilig gevoel, en vooral ook de gedachte aan dat ze daar voor onze veiligheid zo bezig zijn.'

* Op de Lulworth Ranges.

dinsdag 21 oktober 2025

De kwartfinale – South West Coast Path (73)

Om halfdrie zouden we bij het hek staan, het hek met de rode vlag, aan de andere kant van het schietterrein, de Lulworth Ranges, waar we doorheen zouden gaan lopen, keurig tussen de gele paaltjes, waar je niet buiten mocht komen, zoals op het bord stond, een deel van het South West Coast Path dat kort daarvoor nog was vrijgemaakt van onontplofte projectielen maar dat we niet over konden slaan, omdat het er nu eenmaal bij hoorde, bij dat langeafstandspad. De ranger snapte dat.

Kimmeridge Farmhouse B&B.

Annette van de B&B had een taxi besteld. Die zou ons uit Kimmeridge naar Corfe Castle brengen, en daar zouden we de bus naar Lulworth nemen, om vandaar weer terug te lopen naar Kimmeridge, 10 kilometer. Dit is hoe het altijd gaat en moet en doe het vooral niet anders, want... als er aan het eind van je lange wandeltocht geen bus meer gaat die je naar je verblijfplaats kan brengen, zit je. Iedere wandelaar weet dit. Loop dus altijd naar je verblijfplaats toe, je verblijfplaats voor de komende nacht uiteraard. Zeker als het pad wordt afgesloten door een hek dat pas om halfdrie, of later, opengaat.

Kimmeridge is een rustig dorp van rietgedekte cottages.* Je hebt er een B&B, een restaurant, een kerkje, een geologisch museum en een taxibusje. De B&B is waar we verblijven, het restaurant is waar we iedere avond eten en ze heel lekker ijs hebben in goeie porties, het kerkje is oeroud en de deur staat altijd open waardoor je er dag en nacht in en uit kan lopen, bij het museum zien we niemand en het taxibusje is een uitkomst. Want nu hoeven we niet eerst weer helemaal naar Corfe Castle terug te lopen voor de bus naar Lulworth. Een half uurtje voor de lokale bevolking maar voor ons toch zeker wel een uur. Corfe Castle, vanwaar we woensdag, in omgekeerde richting, na de bus uit Lulworth, dwars door de velden – het klinkt prozaïsch en arcadisch – naar Kimmeridge waren gelopen. Dwars erdoor en tegelijkertijd naar alle kanten. Want was het die boerderij waar we moesten wezen? Of die? Of was het die? Of nee, als je het plaatje vergeleek met dat op je telefoon zou het ook wel eens die kunnen zijn. Zo liepen we te dolen en te dwalen, tussen heggen door en over hekken heen, of over een public footpath, wat dan weer even hoop gaf, omdat het als iets officieels werd aangeduid, met een bord, maar dat ook zo weer ophield als je op een dwarsweg kwam, en wat dan en hoe dan verder, met dat toen ook al veel te hete weer... Dat zouden we niet nog eens doen. En naar Kimmeridge liep het nog een beetje af, naar de kust, maar naar Corfe Castle ging het omhoog, dwars door de velden, over die niet te snappen route. Wie je het ook vroeg. De mensen zelf hier wisten het ook niet, hoe de weg liep. Nee, die taxi is een uitkomst.

Corfe Castle.

Om 12 uur stappen we in het busje. Om te betalen zal de taxichauffeur ergens onderweg stoppen, in een bocht onder een groepje bomen, daar heb je volgens haar een goede ontvangst. Niet in Corfe Castle, in dat hele dorp is de verbinding puur slecht en kun je nergens goed pinnen, vertelt ze. Onbegrijpelijk, en inderdaad, ergens midden op de route, waar in de hele omgeving zelfs geen huis of boerderij te vinden is, stoppen we om af te rekenen. Dat is nou weer typisch Engeland, denk je dan onmiddellijk. Zo'n heel dorp waar je geen verbinding hebt, en dan op het verlaten platteland eromheen juist weer wel.

De Holy Trinity Church in Lulworth.

Met de bus reizen we vervolgens door naar Lulworth, om dat hele schietterrein heen in feite, toch een rit van met de taxi erbij wel een uur. Bij de minisupermarkt (vroeger zouden we dat een kruidenier noemen, dat formaat, met van die nauwe gangpaden), waar ze alles verkopen wat een mens nodig heeft, slaan we nog wat proviand in voor tijdens de wandeling en bij het kerkje in dezelfde straat gaan we nog even plassen. Niemand weet, of lijkt te weten, dat daar achter in dat kleine gebouwtje, de Holy Trinity Church van Lulworth, eeuwenoud, dat daar achterin links van het schip een ultramoderne rolstoelvriendelijke cabine is neergezet met sanitaire voorzieningen. Futuristisch gewoon. De deur gaat zo hermetisch dicht dat je het niet hoort als iemand doortrekt. We hebben het onthouden van de dagen die we in het dorp hebben doorgebracht en niet verder konden vanwege de schietoefeningen. Het is een vreemde gewaarwording als je de deur van de cabine opent en vanuit de donkere kerk de felverlichte ruimte binnenstapt. Bij het ontbijt in de B&B in Kimmeridge maken we er met de andere gasten grappen over. Dat je als je er binnenstapt, in dat grote toilet, als vanzelf eigenlijk de gedenkwaardige woorden spreekt van 'Let there be light' van Genesis 1:3. De gasten moeten er smakelijk om lachen, op zo'n manier dat je zeker weet dat deze grap voor altijd deel zal blijven uitmaken van hun thesaurus van grappen die wij aanduiden als Engelse humor. Daardoor komt het ook dat we zo laat zijn gaan lopen bij de halve finale, omdat het zo gezellig is die ochtend aan tafel.

Lulworth Cove.

Na onze plaspauze moeten we maar eens richting dat hek met die rode vlag. We lopen een heuvel op en dan weer naar beneden tot we bij die bijna perfect ronde baai aankomen die daar voor het dorp ligt, de Lulworth Cove. Je kan er zwemmen, met zwemschoenen aan vanwege de kiezels, je kan er met je zeilboot afmeren of gewoon alleen maar op het strand zitten. Het ziet er paradijselijk uit, zeker met die warmte. De baai is zo mooi rond dat je vermoedt dat hier ooit een meteoriet is neergekomen. Dat gebeurde toen aan de Jurassic Coast, en er liepen ook dinosauriërs rond.




Onderweg naar beneden krijgen we de rode vlag steeds dichter in het vizier. Het is een steile afdaling, dus je moet wel naar de grond en de traptreden – we lopen op een trap – blijven kijken, en af en toe omhoog, naar die vlag. Maar dan, als we weer eens omhoogkijken, is-ie opeens weg. Pardoes. Waar eerst nog dat waarschuwende rood wapperde is nu niets meer. Dat betekent dat we erdoor kunnen, dat het hek open is. Een van ons zal het ook wel geroepen hebben: 'We kunnen erdoor!' Want het is een magisch moment. Als we er aankomen is de ketting eraf en de vlag netjes onder om de vlaggenmast heen geknoopt. En waar is de man of vrouw die dit gedaan heeft? We hebben nog wel een wagen gezien, een jeep of zo, maar ook die is in geen velden of wegen meer te bekennen. De plek is vol geheimzinnigheid. Als je erdoor gaat, door het hek, is het alsof je heilige grond betreedt, voorzichtig, je durft er bijna niet op te lopen. En zie je meteen ook die gele paaltjes waar je tussen moet blijven. De stilte is overweldigend, ook tijdens wandeling erna. Misschien dat we op het hele stuk maar vier mensen zijn tegenkomen.


Het schietterrein is een dor landschap. Hier en daar staan ruïnes, overblijfselen van oude boerderijen, er grazen runderen en schapen en als we verder komen en in de dalen kunnen kijken die deel uitmaken van het terrein, zijn daar de boerderijen waar die runderen en schapen bij horen, stukken land, nederzettingen, tussen de wegen waarop met tanks geoefend wordt. Er wonen dus ook gewoon mensen.

Het lijkt een makkelijke tocht, zo tussen die paaltjes, rechttoe rechtaan, maar dan komen er toch drie zware beklimmingen en dito afdalingen, eentje waar je ook een touw bij nodig hebt, om niet naar beneden te glijden. Het touw is niet lang genoeg, het laatste stuk moet je dan toch maar... een beetje glijden. Naast het pad zien we soms wat oud roest uit de grond steken en er staan tanks waarop geoefend wordt. Ze zien er in ieder geval nogal afgedankt uit.


Tyneham.

Dat is de ene kant, het binnenland, dat zich mijlenver uitstrekt. Aan de andere kant, de zee, zien we het verstilde decor van paradijselijk mooie baaien waarin hier en daar een zeiljacht ligt afgemeerd. Als we er bijna zijn, bij het hek waar we weer door mogen om in de gewone wereld terecht te komen, is er nog een afslag naar een andere mooie plek, wat eens een paradijs geweest moet zijn: Tyneham. Het enige wat rest van deze gemeenschap is het kerkje en een schooltje, een telefooncel en de resten van wat eens huizen waren, in straten. In 1943 werd het plaatsje als militair oefengebied geconfisqueerd. Na de oorlog dachten de bewoners dat ze er weer konden terugkeren, van de plekken waar ze naartoe geëvacueerd waren. Maar toen kwam de Koude Oorlog en ging dat allemaal niet meer door. Nu is het een plek van herinneringen.

...Gad Cliff, een klif dat er aan de buitenkant uitziet als Mount Rushmore...

We lopen weer terug naar het pad, het is nog een flink stuk over Gad Cliff, een klif dat er aan de buitenkant uitziet als Mount Rushmore in de Verenigde Staten maar dan zonder dat ze er die koppen van de presidenten in uitgehakt hebben. Je ziet het vanuit de baai bij de ranger als je in de buurt bent van de Clavell Tower. Gad Cliff is lang en regelmatig van vorm. Je zou er alle vorsten van het Britse koninkrijk in uit kunnen hakken, van King Arthur tot Charles de Derde.

...een gigantisch hellend stuk rots – waar je bang van wordt – de zee in...

Het torentje is het eerste wat we zien als we weer bijna in Kimmeridge zijn. Langs eerst nog een gigantisch hellend stuk rots – waar je bang van wordt – de zee in en weilanden vol schapen, allemaal nog binnen het gebied van de Lulworth Ranges, tot we bij het hek zijn dat ons er weer uit laat, en we het dorp in wandelen. Daar ploffen we die avond neer achter een pint bier. De volgende dag horen we van gasten aan de ontbijttafel die ons hebben zien binnenkomen dat we er afgemat uitzagen. 

Er zijn wandelaars, en volgens Paddy Dillon kan het, en dan moet het in het weekend, als ze niet schieten, en moet je vroeg op, die het hele stuk van Lulworth tot Swanage, die hele kwart- plus halve finale, in één keer lopen, dat is 10 plus 23,5 is 33,5 kilometer, plus nog een ommetje van zo'n 4 kilometer naar Tyneham, is 37,5 kilometer, wat in werkelijkheid altijd langer is. Of zwaarder, door de te beklimmen hoogtes. Wij zijn wel blij met Kimmeridge Farm als logeeradres onderweg, het enige en beste hier. Annette vertelde dat ze het nog een paar jaar doet. Hoe moet dat hier straks met die arme Coastpath-lopers?

* En ook wel leigedekte.

maandag 6 oktober 2025

De halve finale – South West Coast Path (72)

Eergisteren* waren we van plan geweest om het parcours alvast een beetje te verkennen. Rond het middaguur, toen de zon hoog aan de hemel stond, waren we de heuvel bij de Clavell Tower op geklommen, een trap met zo'n honderd treden. We wilden er net voorbij gaan, het rechte stuk op over het klif, toen ik gelijk maar voorstelde om terug te gaan. Want wat een hitte. We zouden een kort rondje lopen, waar het begin van het een-na-laatste stuk in zat, vandaar dat 'verkennen', want na een stuk over het klif zouden we ergens weer ombuigen naar links en dan via de velden weer terug in Kimmeridge komen. We zouden op tijd terug zijn om nog wat in de tuin te lezen van de B&B waar we logeerden. Maar het was te heet, de zon brandde en ik zei: 'Waarom zouden we dit doen? Laten we onze krachten sparen en er een echte rustdag van maken, dat hebben we onszelf beloofd. En hopen, duimen dat het zaterdag, als het echt de "halve finale" is, minder warm is.' Wilma maakte zich ook al zorgen over zaterdag: 'We moeten wel voldoende water mee hoor, die dag, en vroeg gaan lopen, zodat we voor de middag al een flink stuk achter de rug hebben. Als het heet wordt. Zoals nu. En hopen dat we er dan een windje bij hebben.'*

We liepen terug naar de Clavell Tower om weer naar beneden te gaan. Maar niet meteen. Het hekje dat toegang gaf tot het paadje naar de folly was afgesloten met een ketting en een slot. Maar ergens had je in de ketting twee schakels met een keep, die je als je ze kruiselings tegenover elkaar bracht uit elkaar kon schuiven. Zo op slot zat het hekje dus niet. Gauw liepen we naar het torentje... er was niemand nu, misschien wel camera's die ons in de gaten hielden... om van dichtbij foto's te maken, ook van de andere kant waar je normaal niet bij kon komen. 'Private property' stond er op het bordje. Het zou wat. Dit was toch zeker wel van een stichting inmiddels? Zo, nog een foto van de trap die naar de rondgang met pilaren leidde... kijk eens hoe ingenieus die treden aan elkaar zitten, echt minimaal, prachtig!... en terug naar het hekje, de schakels weer in elkaar en weg hier, de trap omlaag. En naar de B&B, om lekker in de tuin in de schaduw een boek te gaan zitten lezen. Zoals de bedoeling was.

Dat was allemaal eergisteren, toen we ook nog bij de ranger langs geweest waren, bij zijn hut met de rode vlag onder aan de baai. Hoe het vrijdagmiddag zou gaan, als we de 'kwartfinale' zouden lopen, die over het terrein van de  Lulworth Ranges voerde. Dat zijn de schietbanen tussen Lulworth en Kimmeridge. Van maandag tot vrijdag wordt daar geschoten. Vrijdag houden ze om halfeen op, dan begint het weekend voor de soldaten, maar dan gaat om halfvijf pas het hek open en mag je er als wandelaar door, zodat je dat stuk kustpad kan lopen. Het is volgens de borden 6 en een kwart mijl, dus 10 kilometer, dat moet te doen zijn als je op tijd aan de kant van Lulworth bent om daar te vertrekken. Onze vraag aan de ranger was of het hek misschien wat eerder openging dan op de site van gov.uk vermeld stond. Dat was zo, soms al om halfdrie. Ze kijken na halfeen eerst het pad na of er geen onontplofte projectielen liggen en dan gooien ze het hek open. Dat was mooi, dan konden we eerder beginnen. De ranger had zelf ook een dochter die het South West Coast Path liep, dus hij snapte dat we dat stuk niet over konden slaan. We zouden morgen** op tijd de bus naar Lulworth nemen, om op tijd bij het hek te staan.

Maar nu is het zaterdag en de dag van de halve finale, zoals we het een-na-laatste traject van het South West Coast Path noemen. We zijn toch niet heel vroeg gaan lopen, zoals de bedoeling was, want aan de ontbijttafel was het heel gezellig geweest met de overige gasten. Annette, onze gastvrouw, heeft twee lunchpakketjes klaargelegd, keurig op een dienblad op de stoel in de hal. Sandwiches en appels en lekkere mueslirepen en twee flesjes water. In onze rugzakken hebben we allebei ook nog twee flessen water. En in de ochtend hebben we al thee gedronken op de kamer en bij het ontbijt nog orange juice en koffie. De vochtbalans is goed op peil.





De 224 treden van St Aldhelm's Head.

Om bij het pad te komen, het dorp uit, is al een mijl (ruim anderhalve kilometer). Dat heb je meestal, zo'n aanloopstukje, altijd ontspannen. De trap moeten we ook weer omhoog bij de Chavell Tower en dan begint het. Lekkere rechte stukken over het klif, met een heel klein beetje wind. Hier kunnen we meters maken, tot het moeilijker wordt en de meters meer tijd gaan kosten, als je trappen krijgt of andersoortige klimmetjes. Die komen er wel, bij Houns-tout Cliff en de 224 treden van St Aldhelm's Head, maar verder is het vooral een duurloop in de hitte, met helemaal niets onderweg, geen tentje waar je even kan gaan zitten, iets koels drinken of een ijsje, niets.

Het was/is heet en het gaat maar door, dat pad. We komen wel mensen tegen, maar die komen dan van een zijpad waar op het eind een parkeerplaats is. Dat zie je aan de platte schoenen die ze dragen. Het is zaterdag, veel dagjesmensen die van opzij even bij de kust gaan kijken, bij een steengroeve onderweg lopen er ook veel. Maar geen wandelaars die ons tegemoetkomen vanaf het eindpunt. Als je vraagt of Swanage al in zicht komt, kijken ze je vreemd aan. Ook op de houten wegwijzers van het South West Coast Path is de plaatsnaam nergens te bekennen.

Anvil Point Lighthouse.

Hier en daar is gelukkig wel een bankje, om te rusten of even wat te eten, een mooie vallei met schaapjes waar we doorheen gaan, prachtig mooi. Hier zijn de paden en wegwijzerborden ook opgeknapt, dat zag je. Maar verder is het lopen en nog eens lopen. Tot heel, heel in de verte er een stipje, en puntje van de vuurtoren in zicht komt, die van Anvil Point. En heel bijzonder, want voor het eerst, een bord met Swanage, nog 1 mijl.

* Deze mooie volzinnen zullen misschien iets anders geklonken hebben, maar dit was wel ongeveer het gesprek dat we hadden.
** Eergisteren is donderdag 10 juli.
*** Vrijdag 11 juli.